|
Ethische Commissie Psychologie Instituut Psychologie FSW/ EUR
Sinds de Tweede Wereldoorlog is er een beweging gaande om burgers te beschermen tegen medisch (mis)handelen en experimenteren. Een aantal internationale regelingen is hiervan het gevolg geweest (bijvoorbeeld het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens; EVRM). Begin jaren negentig (toen pas!) is de Nederlandse wetgever aan de slag gegaan met een nationale wet. Resultaat is de in 1999 in werking getreden Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO). Deze wet is van toepassing op 'medisch-wetenschappelijk onderzoek waarvan deel uitmaakt het onderwerpen van personen aan handelingen of het opleggen aan personen van een bepaalde gedragswijze' (art. 1, lid 1, sub b). Wat dat precies is, is vervolgens onduidelijk gebleven. Een extreem standpunt is dat van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inhoudend dat zelfs het 'urenlang invullen van persoonlijkheidsvragenlijsten' gedefinieerd moet worden als medisch-wetenschappelijk onderzoek.
De WMO is van belang voor psychologisch onderzoekers, omdat onderzoek dat onder de wet ressorteert, vóór uitvoering moet worden getoetst door een Medisch-Ethische Toetsings Commissie (MEC). Het verrichten van medisch-wetenschappelijk onderzoek zonder dergelijke toestemming is strafbaar. Daarnaast heeft de invoering van de WMO bij academisch psychologen het besef teweeggebracht dat het belangrijk is om als onderzoeker zelf na te denken over ethische aspecten van onderzoek.
Aan verschillende universiteiten zijn zogenaamde Ethisch Commissies Psychologie (ECP) in het leven geroepen (bijvoorbeeld bij de UM, RUG en UU). Ook hier bij onze opleiding is een dergelijke ECP opgericht. De ECP heeft zich tot doel gesteld om een tweetal toetsingen te verrichten:
-
De ECP beoordeelt of een onderzoeksprotocol moet worden goedgekeurd door de MEC, alvorens het onderzoek kan worden uitgevoerd.
-
De ECP toetst protocollen die niet naar de MEC worden doorgestuurd op ethische aspecten.
Het doel van deze toetsingen is om onderzoekers te adviseren bij de vraag of een bepaald onderzoek nadere toestemming van de MEC vergt. De MEC heeft in sommige gevallen enkele maanden tijd nodig om een protocol te beoordelen en indien haar toestemming niet strikt noodzakelijk is, is er dan ook weinig reden om een protocol aan haar toetsing te onderwerpen. Maar zelfs als een protocol niet duidelijk onder de WMO ressorteert, kan een ethische toetsing door de ECP gewenst zijn, bijvoorbeeld omdat de onderzoeker twijfelt over de toelaatbaarheid van het onderzoek, of omdat het tijdschrift waarin de resultaten gepubliceerd zullen worden standaard eist dat het onderzoek door een ethische commissie is beoordeeld.
Raadpleeg zelf de beslisboom waarmee een eerste indruk kan worden verkregen van de noodzaak om een protocol voor te leggen aan een MEC.
In geval de ECP tot het oordeel komt dat geen MEC hoeft te worden geconsulteerd, kan de ECP desgewenst zelf een ethische toetsing uitvoeren. De toetsingscriteria die de ECP daarbij hanteert zijn overigens vergelijkbaar met die van de MEC.
Hoewel er momenteel wordt nagedacht over een verplichting voor onderzoekers aan ons instituut om alle onderzoek te laten toetsen door de ECP, is deze toetsing vooralsnog vrijwillig. Onderzoekers die een protocol willen voorleggen aan de ECP dienen dat te doen via het aanmeldformulier.
De ECP bestaat uit de volgende leden:
Dr. Diane Pecher (voorzitter) Dr. Susan van Rijen Dr. Freddy van der Veen
|